1. Benoem één systeemverantwoordelijke
Leg vast wie eigenaar is van configuratie, updates, leverancierscontact en besluitvorming bij storingen. Maak ook duidelijk wie waarneemt tijdens vakantie of uitdiensttreding.
2. Beoordeel de netwerktoegang
Laat IT en installateur vaststellen of directe internettoegang nodig is en hoe die wordt beperkt. Neem het AIVD/MIVD-advies over UPnP en portforwarding mee in die beoordeling.
3. Beheer accounts en rechten
Gebruik persoonlijke accounts waar mogelijk, beperk rechten tot de taak en trek toegang tijdig in. Leg vast wie periodiek controleert welke gebruikers en leveranciers nog toegang hebben.
4. Houd camera's en locaties actueel
Werk met een overzicht van camera, locatie, functie, beheerpartij en onderhoudsstatus. Controleer na verbouwing, terreinwijziging of verhuizing of dekking en instellingen nog passen.
5. Verbind storing aan operationele opvolging
Spreek af wie een offline camera of afwijkende toegangsmelding ontvangt, wanneer een beveiliger extra controle uitvoert en hoe de opdrachtgever wordt geïnformeerd.
6. Test de hele keten periodiek
Controleer niet alleen of beeld beschikbaar is. Test ook melding, bereikbaarheid, overdracht, tijdelijke maatregelen en vastlegging van de opvolging.